Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

familielid

betekenis & definitie

Het begrip familielid heeft 2 verschillende betekenissen:

1) lid van een familie.
persoon die deel uitmaakt van de familie van iemand.
Soms gebruikt voor verwanten in om het even welke graad van verwantschap, soms voor verwanten naast het onmiddellijke gezin van de betrokkene.

2) verwante soort.
soort, hetzij een natuurlijke soort, hetzij een soort van gebruiksvoorwerpen, die een deels gemeenschappelijke ontstaansgeschiedenis heeft met een andere soort.