Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

dijkhuis

betekenis & definitie

huis gebouwd langs of bij een dijk.

huis gebouwd langs of bij een dijk; dijkwoning.

Voorbeelden:
Hij woonde met zijn ouders in een dijkhuis bij Borssele aan de Scheldemonding, een locatie van groot strategisch belang.
NRC, 1995

Markant zijn de dijkhuizen, die tegen de Slachte aangebouwd zijn. Opvallend is de vlakke zijgevel waarmee de dijkhuizen naar de dijk toestaan. Een voor de hand liggende oplossing voor de typische locatie van de huizen. De bewoners van deze dijkhuizen hadden het vruchtgebruik van de dijk. Daar stond de plicht tot klein onderhoud tegenover.
http://cultuurtijdschriften.nl/download?type=document&docid=458122, 1999