Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

chip

betekenis & definitie

Het begrip chip heeft 10 verschillende betekenissen:

1) korte, lage slag waarbij de bal langer rolt dan hij vliegt
2) plastic of metalen schijfje of muntje dat in spellen als roulette en poker een bepaalde waarde vertegenwoordigt; jeton; fiche
3) zeer klein en dun plaatje halfgeleidermateriaal, meestal van silicium, waarop complexe elektronische schakelingen zijn aangebracht; computerchip
4) chip die gebruikmaakt van een klokfrequentie en op gezette tijden data aflevert; synchrone chip
5) chip die geen gebruikmaakt van een klokfrequentie en daardoor de dataverwerking op volle snelheid kan uitvoeren; asynchrone chip
6) chip die geen gebruikmaakt van een klokfrequentie en daardoor de dataverwerking op volle snelheid kan uitvoeren
7) chip voor automatische registratie van wedstrijdtijden, bijvoorbeeld hardlooptijden of fietstijden registreert
8) dun plakje of schijfje, bijvoorbeeld een snipper hout of een schijfje aardappel; snipper; splinter
9) chip die gebruikmaakt van een klokfrequentie en op gezette tijden data aflevert
10) heel klein buisje dat een microchip bevat met een identificatiecode en dat bij gezelschapsdieren onder de huid ingebracht wordt om het dier te kunnen identificeren; transponder