Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

breuk

betekenis & definitie

Het begrip breuk heeft 33 verschillende betekenissen:

1) botbreuk met weinig of geen schade aan het omringende zachte weefsel; breuk waarbij het bot de huid niet doorboort; gesloten breuk
2) breuk die niet het getal 10 of een macht daarvan tot noemer heeft; breuk waarbij de noemer uitgedrukt is
3) breuk waarin de teller kleiner is dan de noemer, bijvoorbeeld 2/3
4) decimale breuk waarin het patroon van cijfers achter de komma zich voortdurend herhaalt vanaf een zeker moment, bijvoorbeeld 1,333 enzovoort, of 2,145145
5) onderbreking in of afbreking van de continuïteit van iets
6) breuk waarin de teller of noemer of beide gemengde of gebroken getallen zijn
7) onderbreking van de samenhang van gesteenten; scheur in de aardkorst waarlangs veelal een gebied is opgeheven of juist is weggezakt
8) botbreuk waarbij het bot in een rechte lijn dwars doormidden is gebroken
9) het verbreken van betrekkingen tussen personen die door banden van liefde, vriendschap, eensgezindheid enz. verenigd waren; scheiding of relatiebreuk
10) zeer hard lachen
11) getal dat een gedeelte van een eenheid voorstelt en bestaat uit een teller en een noemer
12) verbreking van de samenhang van een bot; botbreuk
13) het doorbreken van een barrière in figuurlijke zin
14) zichtbare scheiding of opening in of op een gebroken voorwerp; barst; gat; spleet; scheur
15) botbreuk die niet het gevolg is van een val of van geweld van buitenaf, maar die spontaan optreedt als gevolg van zwakte van het bot, bijvoorbeeld bij botontkalking
16) breuk waarbij het bot maar op een plaats gebroken is
17) breuk waarbij het uitstulpende deel bekneld is in de breukzak en niet terug kan
18) uitstulping van een inwendig orgaan of van weefsel uit de lichaamsholte waarin het besloten lag, bijvoorbeeld een liesbreuk of navelbreuk; hernia
19) oppervlak waarlangs een mineraal of een stuk metaal gebroken is
20) het breken van iets, waarbij de samenhang geheel of slechts gedeeltelijk verbroken wordt; het breken
21) breuk waarbij het bot niet langer volledig omgeven is door de omliggende weke weefsels, zoals als spieren, vet en huid, waardoor het bot aan de buitenwereld blootstaat en het gevaar voor infectie groot is; botbreuk waarbij de huid niet intact is gebleven
22) breuk die het getal 10 of een macht daarvan tot noemer heeft en die doorgaans niet geschreven wordt met een breukstreep, maar met een decimaalteken (komma), bv. 5/10 = 0,5
23) breuk waarin de teller en noemer gehele getallen zijn
24) teller en noemer van een breuk door hun grootste gemene deler delen
25) botbreuk waarbij de huid intact is gebleven; eenvoudige breuk
26) breuk die het getal 10 of een macht daarvan tot noemer heeft en die doorgaans niet geschreven wordt met een breukstreep, maar met een decimaalteken (komma), bv. 5/10 = 0,5
27) botbreuk waarbij het bot schuin doormidden is gebroken
28) breuk waarin de teller groter is dan de noemer
29) heel zware lasten tillen; een te zware last tillen
30) verandering van de jongensstem in de mannenstem bij het begin van de puberteit; stembreuk
31) botbreuk waarbij ook het zachte weefsel dat het bot omhult is beschadigd; open breuk
32) breuk waarin de teller en noemer gehele getallen zijn
33) botbreuk waarbij het bot op meer plaatsen gebroken is of waarbij het bot verbrijzeld is