Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

beulen

betekenis & definitie

zwoegen.

hard werken; zwoegen.

Voorbeelden:
Je schrikt je even kapot als je hoort dat je de kampioenschappen mag organiseren. 'Dan is er geen tijd meer om je waar dan ook zorgen over te maken. Dan moet er gebeuld worden'.
Meppeler Courant, 1994