Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

bankroetier

betekenis & definitie

iemand die failliet gaat.

iemand die failliet gaat of failliet is gegaan.

Voorbeelden:
"Ondernemers, zakenlieden en particulieren zinken steeds verder weg in hun schulden, elke week hangt wel een of andere werkloze of bankroetier zich op, het analfabetisme heeft al een kwart van de bevolking in zijn greep, en het einde van de gestaag voortschrijdende verpaupering is nergens in zicht."
De Standaard, 1997