Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

april

betekenis & definitie

vierde maand.

vierde maand van het jaar.

Voorbeelden:
De aanvragen moeten vóór 1 april worden ingediend.
http://www.mina.be/wiedoetwat/aminal/taken/bosengroen/indexpagina.htm, 23 juni 1998

De laatste kwart eeuw leverde de droogste aprillen: de droogste in 1996 met 8 mm tegen 52 normaal.
http://www.knmi.nl/voorl/nader/eeneeuwapril.htm, 2002

De wettelijke basis van de recent gehouden enquêtes was het koninklijk besluit van 10 april 1992, dat beantwoordde aan de Europese Verordening (3711/91) van 16 december 1991 (m.b.t. de organisatie van een jaarlijkse enquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap).
http://www.statbel.fgov.be/downloads/lfs_nl.rtf

Op 9 april werd de havenstad Nagasaki door een atoombom getroffen, de tweede atoombom op Japan, deze keer 45.000 doden.
http://www.verzetsmuseum.org/educatie/educabas2.html

De meeste variëteiten bloeien vanaf eind april tot zeker in juni, een enkele bloeit tot aan de eerste nachtvorst.
http://www.neerlandstuin.nl/struiken/vibplic.html

Twee vrouwen of twee mannen kunnen vanaf 1 april 2001 samen een kind in Nederland adopteren.
http://www.minjust.nl/a_beleid/visie/