Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

april

betekenis & definitie

Het begrip april heeft 6 verschillende betekenissen:

1) vrouwen en de maand april hebben gemeen dat ze wispelturig zijn
2) vierde maand van het jaar
3) op 1 april 1572 verloor de Spaanse landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva) de plaats Den Briel aan de watergeuzen. Als dooddoener fungerend, woordspelig rijmpje, dat vaak ten onrechte in verband wordt gebracht met 1 april als de traditionele dag waarop grappen uitgehaald worden.
4) in de maand april kan het mooi maar ook slecht weer zijn
5) uitroep waarmee men te kennen geeft dat men iemand gefopt heeft op 1 april, de dag waarop traditioneel grappen uitgehaald worden
6) dag waarop mensen elkaar in de maling nemen door goedmoedige grappen met elkaar uit te halen