Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

apotheker

betekenis & definitie

Het begrip apotheker heeft 3 verschillende betekenissen:

1) gebouw waar een apotheker werkt en waar al dan niet op recept verstrekte geneesmiddelen kunnen worden verkocht, die hetzij kant en klaar door de farmaceutische fabriek worden aangeleverd, hetzij ter plekke door de apotheker en/of de apothekersassistenten worden bereid; gebouw waarin een apotheek gevestigd is
2) winkel waar door een apotheker al dan niet op recept verstrekte geneesmiddelen worden verkocht, die hetzij kant en klaar door de farmaceutische fabriek worden aangeleverd, hetzij ter plekke door de apotheker en/of de apothekersassistenten worden bereid; apotheek
3) iemand die voor zijn beroep in een apotheek medicijnen verkoopt die ofwel kant en klaar door de farmaceutische fabriek worden aangeleverd, ofwel ter plekke door de apotheker worden gemaakt en die op recept door een arts voorgeschreven kunnen zijn