Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Gepubliceerd op 02-12-2020

Glazuur

betekenis & definitie

glasachtige substantie, waarmee keramiek wordt bedekt, zowel ter verfraaiing als om aardewerk ondoorlaatbaar te maken voor vloeistoffen. Glazuur is doorgaans samengesteld uit een smeltmiddel, zoals lood. borax, soda of potas, soms gemengd met silicaten die in zand, kwarts of kiezel voorkomen.

Deze stoffen worden in fijngemalen vorm met water aangelengd tot een dunne brij. waarna het op het voorwerp wordt overgebracht door dompelen of spuiten. Bij de daaropvolgende glazuur brand smelt het tot een glasachtige deklaag. In het oude Egypte werd een alkali-glazuur gebruikt, samengesteld uit silicaten en soda of potas, dat alleen kon worden toegepast op voorwerpen die uit een hoog percentage van diezelfde elementen waren samengesteld. Dit glazuur maakte een glanzend turquoise mogelijk. Tinglazuur, ondoorzichtig gemaakt door toevoeging van tinoxide aan loodglazuur, werd reeds in Babylon toegepast (ca. 1000-600 v.C.). Hel tinglazuur vormt op aardewerk een witte, ondoorzichtige laag die na het bakken glanst en waarop kan worden geschilderd. Het tinglazuur is kenmerkend voor majolica of faience en Delfts aardewerk dat in navolging van de lt. majolica dikwijls na het aanbrengen van de decoratie werd bedekt met een dun laagje loodglazuur (kwaart of coperta) om de glans te verhogen.In Duitsland werd in de late 14de of vroege 15de eeuw het zoutglazuur ontwikkeld, dat werd gebruikt bij steengoed of grès. Chinees steengoed uit de periode 1155-255 v.C. (Choudynastie) werd verglaasd met een veldspaat met houtas. een mengsel dat op hoge temperatuur versmolt lot een glasachtige bovenlaag (couverte). Gesmeerd glazuur ontstaat wanneer tijdens het bakken van onverglaasd goed glazuurbestanddelen aanwezig zijn; het werd soms opzettelijk aangebracht, bijv. bij Parianware. Porseleinglazuren bevatten steeds veel veldspaat en worden op een temperatuur van boven 1400 C ingebrand.

Gekleurde glazuren verkrijgt men door toevoeging van oxiden. De aard van de kleur is sterk afhankelijk van bepaalde glazuurcomponenten en soms ook van de ovenatmosfeer, die oxiderend dan wel reducerend kan inwerken. Zo kunnen met oxideren uit koper blauw en groen worden verkregen en bij reductie ook rood; met ijzeroxide verkrijgt men allerlei kleuren, van geel tot bruin en rood; met chroomoxide worden rood. paars, groen, geelbruin of zalmkleur verkregen en met nikkeloxide bruin, blauw of groen. Mangaanoxide kleurt bruin, kobaltoxide blauw. enz.