Amnesty International

Ontleend aan de encyclopedie van de mensenrechten

Gepubliceerd op 20-05-2015

2015-05-20

Natuurrecht

betekenis & definitie

Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd rechten gelden omdat ze door de 'natuur' zijn gegeven.

Onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd. Het natuurrecht heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de filosofie van de mensenrechten en, in het algemeen, in de geschiedenis van de mensenrechten. Lange tijd beschouwde men de fundamentele rechten, zoals de mensenrechten, als natuurrecht. Griekse filosofen uit de 5e en 4e eeuw v.C. maakten een onderscheid tussen physis (natuurrecht) en nomos (door mensen gemaakt recht). Socrates, Plato en Aristoteles beweerden dat het mogelijk moest zijn onveranderlijke rechtsregels te onderscheiden. In de middeleeuwen werd het natuurrecht afgeleid uit de Bijbel. Goddelijk recht, natuurrecht en positief recht mochten nooit met elkaar in strijd zijn. Hugo de Groot (1583-1645) maakte de morele standaard los van God of kerk, en stelde dat er onveranderlijke minimum vereisten waren voor een stabiele samenleving. Dit is de oorsprong van het idee van een sociaal contract, dat in de Verlichting van de 17e en 18e eeuw werd uitgewerkt. Met de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) kreeg het natuurrecht het karakter van de formulering van grondrechten die te allen tijde voor individuen zouden gelden. In onze eeuw nam de belangstelling voor onveranderlijke rechtsregels af, door de invloed van rechtspositivisme en pragmatisme: steeds meer wordt aanvaard dat geen enkel recht door de 'natuur' is gegeven, maar dat alle rechten door mensen zijn bedacht en ingevoerd. Deze positie wordt bijv. verdedigd door de Amerikaanse filosoof Richard Rorty.