Genocide betekenis & definitie

Genocide is volkenmoord: de misdaad van stelselmatige en opzettelijke uitroeiing van een etnische groep, of van een deel daarvan. Genocide valt onder de grotere categorie van misdrijven tegen de menselijkheid, zoals gedefinieerd in het Statuut van het Internationaal Strafhof (1998).

De term genocide werd in 1944 voor het eerst gebruikt door de Poolse jurist Raphael Lemkin, die ook het Genocideverdrag (1948) voorbereidde. De bekendste genocide van de 20e eeuw is de holocaust, de moord op Europese joden door nazi-Duitsland, maar daarvoor en daarna zijn er vele gevallen van genocide geweest. Voorbeelden zijn de massamoorden op Armeniërs (tussen 1895 en 1927) en inheemse volken, de etnische spanningen tussen Hutu's en Tutsi's in Burundi sinds 1962, de regering van Irak die binnen enkele jaren (vooral in 1988) honderdduizend of meer Koerden vermoordde en in de oorlog in voormalig Joegoslavië genocidale praktijken tegen Bosnische moslims, zoals etnische zuiveringen en massale verkrachting.

Het Internationaal Strafhof kan recht spreken over genocide. Massale dodelijke vervolging van een politieke (dus niet etnische) groepering wordt niet tot genocide gerekend, maar is wel een van de misdrijven tegen de menselijkheid. Het genocide-verdrag van 1948 legt staten de plicht op de verantwoordelijken te laten berechten, door de staat waar het gebeurde dan wel door een 'bevoegd internationaal tribunaal'. Dat verdrag stelt echter niet dat staten op een andere manier zouden moeten ingrijpen. De verplichting tot berechting van misdrijven tegen de menselijkheid is inmiddels ook vastgelegd in het statuut van het Internationaal Strafhof (1998). Er is geen internationaal verdrag dat tot ingrijpen (anders dan door berechting) verplicht bij misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder genocide.

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946