Amnesty International

Ontleend aan de encyclopedie van de mensenrechten

Gepubliceerd op 30-06-2015

2015-06-30

Bellum iustum

betekenis & definitie

Het begrip bellum iustum (rechtvaardige oorlog) werd ontwikkeld door Thomas van Aquino (1224/25-1275): een staat moet voldoende autoriteit hebben, er moet een rechtvaardige aanleiding (zaak) zijn en de oorlog moet uitsluitend worden gevoerd met het oog op het bewerkstelligen van vrede, steun aan het goede en onderdrukking van het kwade.

Latere theologen stelden dat oorlog tegen de ongelovigen, zoals in de kruistochten, een voorbeeld van rechtvaardige oorlog was. In het Verdrag van Wenen (1815) werd het begrip in ere hersteld: nationaliteit en zelfbeschikking werden genoemd als gronden voor een rechtvaardige oorlog. In deze eeuw stelden de geallieerden in beide wereldoorlogen dat zij een rechtvaardige oorlog voerden, gericht op de bevrijding van onderdrukte volken en naties. Een rechtvaardige oorlog zou heden ten dage een oorlog zijn gevoerd onder auspiciën van de VN-veiligheidsraad. De gewapende interventie van Navo-troepen in Kosovo in 1999 was niet tevoren door de VN-veiligheidsraad goedgekeurd, maar VN-secretaris-generaal Kofi Annan verklaarde dat ze gerechtvaardigd was 'omdat ze de wil van een grote meerderheid van de VN-lidstaten uitdrukte'.

Ook Hugo de Groot (1583-1645) had zo zijn ideeën over het bellum iustum. Hij zag het volkenrecht als net zo'n stelsel van regels als dat van het maatschappelijk verkeer binnen een land. Hij telde zes voorwaarden aan voor het ius ad bellum, het recht om een 'gerechtvaardigde' oorlog te mogen beginnen: gerechtvaardigde reden, proportionaliteit, redelijke kans op succes, openlijke oorlogsverklaring, legitieme autoriteit en laatste toevlucht. Opmerkelijk veel van die voorwaarden vinden we terug in het moderne oorlogsrecht.

Een rechtvaardige oorlog kan vaak niet strikt worden genomen. In de Golfoorlog betoogden veel mensen dat de VS een "imperialistisch" doel had: de nieuwe wereldorde was niet meer dan een masker voor een verlangen om invloed en macht over de Golf uit te oefenen, bijvoorbeeld vanwege het strategisch belang en de verdediging van de oliewinning.