Amnesty International

Ontleend aan de encyclopedie van de mensenrechten

Gepubliceerd op 20-05-2015

2015-05-20

Armeense genocide

betekenis & definitie

De Armeense genocide (voor de Armeniërs traditioneel Medz Yeghern) is de algehele term voor de moorden op Armeniërs in de periode 1895-1923 die volgens veel historici meer dan een miljoen slachtoffers maakte. In Turkije ontkent de overheid overigens het bestaan van de Armeense genocide.

De genocide werd tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in twee fases uitgevoerd: het grootschalig doden van de weerbare mannelijke bevolking door middel van massamoord en onderwerping van het leger van dienstplichtigen tot dwangarbeid, gevolgd door de deportatie van vrouwen, kinderen, ouderen en zieken die op dodenmarsen moesten tot de Syrische woestijn. Ook andere inheemse en christelijke etnische groepen werden op dezelfde wijze gericht uitgeroeid door de Ottomaanse regering. Zo spreekt men ook van de Assyrische genocide en de Griekse genocide.

De historische massamoorden zijn door veel regeringen en internationale wetenschappelijke organisaties uitdrukkelijk als genocide aangemerkt, omdat beschikbare documentatie wijst op directe betrokkenheid van toenmalige kabinetsleden en legerleiding bij gewelddadige acties die een massale sterfte van de Armeense bevolking beoogden. In 2008 sprak de Internationale Vereniging van Genocidedeskundigen (IAGS) in een resulutie uit dat de massamoorden op de Armeniërs genocide waren.

De Turkse overheid zegt dat er misdrijven zijn gepleegd, ook door militairen, maar dat van een vooropgezet plan tot uitroeiing geen sprake was. Verschillende Turkse historici en Turkse activisten die pleitten voor openlijke discussie over de genocide, zoals Taner Akçam en Akin Birdal, zijn juridisch vervolgd. Voor hen heeft Amnesty actie gevoerd. De Turks-Armeense journalist Hrant Dink (1954-2007) werd bij het kantoor van zijn krant in Istanbul vermoord, waarschijnlijk op bevel van nationalistische leiders. Voor zijn artikelen waarin hij de Armeense genocide aan de kaak stelde was hij meermalen vervolgd op grond van artikel 301 van de Turkse Strafwet, dat 'belediging van het Turks-zijn’ strafbaar stelt.