Gewassen, die de grond vruchtbaarder maken en beter bestand tegen de erosie van wind en water. De werking van dit soort gewassen bestaat daarin, dat ze le een flinke wortelmassa vormen, waardoor het gehalte aan organische stof van de grond toeneemt, 2e de grond open houden, waardoor deze het regenwater beter opneemt, 3e de grond zo weinig en zo kort mogelijk blootstellen aan regen en wind, 4e de grond bijeenhouden door hun dichte wortelnet.
Sommige van deze gewassen zorgen ook nog voor 5e het verrijken van de grond met stikstof. Als b.g. kunnen dienst doen: overblijvende grassen en klaverachtigen, verder b.v. lupinen, wikken en sojabonen. Voor trop. omstandigheden, z. Hulpgewassen.