Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Gepubliceerd op 21-01-2021

Belichting

betekenis & definitie

van planten wordt zeer vaak toegepast, voorn, als aanvulling op het tekort aan daglicht, dat in herfst- en wintermaanden in ons land bes taal.Het geschiedt o.a. om de koolzuurassimilatie of photosynthese te bevorderen, welke in genoemde periode te zwak is voor een goede groei van vele gewassen. Voor belichting voldoen sommige gasontladingslampen het beste.

Aanvankelijk werd veel gewerkt met Neonlampen, die momenteel echter vervangen zijn door fluorescentiebuislampen ‘TL’ en kwiklampen, welke typen beide hun voor en tegen hebben. Dikwijls wordt belichting s nachts toegepast. omdat dan gebruik kan worden gemaakt van het lage nachtstroomtarief. Voor verschillende planten is deze methode echter niet aanbevelenswaardig, zoals b.v. voor de bloei van ‘korte-dag’-planten (z. Kortedagbehandeling).

Korte samenvatting van de toepassingsmogelijkheden van kunstlicht bij het opkweken van planten:

(1) ter verhoging van de koolzuurassimilatie, waardoor een krachtiger groei verkregen wordt. Een sterke belichting (50 tot 200 W/rn2) is nodig, waarbij een teveel aan infrarode straling moet worden vermeden. Voorkeur verdienen hogedrukkwiklampen (HO 450 W), voor smalle tabletten ook wel superhogedruk-kwiklampen (HP 80 W of HP 125 W) en fluorescentie-buislampen (‘TL’).

De belichting is des te gemakkelijker en economischer naarmate de ruimte, welke de planten innemen, geringer is. Vooral belichting van kiemplanten komt dus in aanmerking. Zeer goede resultaten worden verkregen met komkommers en tomaten. De oogst wordt naar een vroeger tijdstip verschoven, waarop de prijzen hoog zijn. Een voorbeeld van belichting van volwassen planten vormt de winterteelt van aardbeien. Verder kunnen met succes verschillende sierplanten, zoals Gloxinia, Ster van Bethlehem, Lelietjes der dalen, Lathyrus en Azalea in de wintermaanden belicht worden.

(2) ter verlenging van de dag i.v.m. de daglengtewerking (photopcriodiciteit) om de oogsttijd te regelen naar de gunstigste verkoopmogelijkheid: voor de beïnvloeding van bloemknopvorming, bloei, scheutvorming bij stekken, knolvorrning, winterrust, lengte van de bloemsteel e.d. Goede resultaten worden bereikt met Begonia, Chrysanten, Cineraria, Kalanchoë ete. Belichting met zwak gloeilampenlicht (5 tot 50 W/m2), afhankelijk van de plantensoort, is hiervoor het beste geschikt en het goedkoopst.

(3) voor het trekken (forceren) van bloembollen (tulpen, narcissen, irissen), alsmede enkele andere trekgewassen in tegen warmteverlies geïsoleerde schuren, waarin geen daglicht komt. Meest met gloeilampen (ca 100 W/m), doch het is ook mogelijk zeer goede resultaten te bereiken met buislampen ‘TL’.

(4) voor het kort houden van de spruiten van pootaardappelen in aardappelbewaarplaatsen. Dit kan het beste geschieden met verticaal opgestelde fktoreseenücbuislampen ‘TL’ (5 tot 10 W/m2).

(5) voor luchtzuivering, het doden van bacteriën en schimmels worden sterilisatielampen TUV (15 of 30 W) o.m. in de voedselverwerkende industrie toegepast. Zij mogen echter niet zonder meer in kassen geïnstalleerd worden, daar zij een destructieve werking op planten uitoefenen.

(6) ter onderkenning van bacterie-ziekten, die fluorcscentieverschijnselen opwekken, worden analyselampen HPW 125 W gebruikt.

Voor een zo groot mogelijk gunstig effect dienen de lampen gemonteerd te worden in reflectoren. Aangezien deze overdag echter schaduw geven, is het gewenst ze dusdanig te maken, dat zij overdag gemakkelijk kunnen worden weggenomen. Gezorgd moet worden voor een zo gelijkmatig mogelijke belichting door de lampen op regelmatige afstanden op te hangen. Het grootst mogelijke nuttig effect wordt verkregen door de lampen zo laag rnogelijk boven de planten aan te brengen. In verband met de lengtegroei moet de ophanghoogte echter gemakkelijk gewijzigd kunnen worden. Voor het op gewenste tijden in- en uitschakelen worden schakelklokken gebruikt.

Tenslotte dient niet vergeten te worden, dat ook andere factoren zoals temp., vochtigheid en koolzuurgehalte van de lucht van belang zijn, zodat ook hier aandacht aan besteed moet worden om succes te bereiken.

S. J. WELLENSIEK / E. W. B. v. D. MUIJZENBERG

Lit.: de toepassing van electriciteit in het tuinbouwbedrijf, 2c druk, Uitg. V.D.E.N., Arnhem 1951, 104 pp. (art. J. W. M. ROODENBURG).

< >