Boskoop betekenis & definitie

In Boskoop schoten al in 1466 de eerste boomkwekerijen wortel. En met succes. De gemeente groeide uit tot het belangrijkste boomkwekerijcentrum van Europa. Aanvankelijk kweekte men uitsluitend vruchtbomen, met daaronder aardbeien. Uit die begintijd stamt de wereldberoemde appel Schone van Boskoop.

Sedert 1900 ligt het accent op de teelt van sierheesters en rododendrons. Het sierteeltgebied is circa 1100 hectare groot. De kwekerijen zijn omgeven door sloten met een gezamenlijke lengte van 500 kilometer. Talloze bruggetjes verbinden de huizen met de kwekerijen en zorgen voor een fotogeniek landschap. De sloten zijn niet alleen bedoeld voor het transport. Omdat veel bomen en struiken met kluit worden verkocht, verdwijnt er nogal wat grond. Daarom worden de akkers voortdurend opgehoogd met bagger uit de sloten.

TIP: In een boomkwekershuisje uit 1870 toont het Boomkwekerijmuseum de geschiedenis van het groene ambacht. Bij het museum zijn een boomkwekerij en een historische tuin. Boomkwekers geven rondleidingen en treden op als gids tijdens rondvaarten met open schuiten door het kwekerijgebied. Adres: Reijerskoop 52-54.

Groene uitstapjes zijn ook mogelijk naar de 'sortimentstuin' van het Proefstation Boomkwekerijen en naar het Rosarium, met een grote verscheidenheid aan rozen.